Met enorm machtsvertoon heeft Marianne Vos zondagmiddag Gooik-Geraardsbergen-Gooik op haar naam geschreven. Ze won de slotsprint van vier rensters, nadat ze diep in de finale de sprong van het peloton naar de kopgroep waagde en op twee kilometer van de meet aansluiting vond. De andere WM3-rensters hadden een groot aandeel in het knappe resultaat.
De koers ontbrandde op de Muur van Geraardsbergen. Vier rensters namen de benen, onder wie Marianne Vos. De voorsprong werd nimmer heel groot, maar de ploegen die de slag gemist hadden, moesten alle zeilen bijzetten om het gat te dichten. WM3 Pro Cycling zat in een luxe situatie, omdat alle vijf WM3-rensters zich nog schuil hielden in de achtervolgende groep van dertig dames. “Dat zorgde ervoor dat we met een sterk blok in de finale kwamen. Dan kun je een mooi spel spelen”, aldus ploegleider Jeroen Blijlevens.
Sterk optreden Yara
Toen de vier rensters waren gegrepen, maakte WM3 Pro Cycling de dienst uit. Anna Plichta ging er vandoor, maar werd tot de orde geroepen. Daarna trok Yara Kastelijn door en kwam zij samen met Maria Giulia Confalonieri voorop te zitten. Het tweetal bouwde een mooie voorsprong op en leek lange tijd onderling te mogen uitmaken wie in het warme Gooik zou winnen.
In de laatste ronde kreeg de koers toch nog een andere wending. Ellen van Dijk en Elisa Longo Borghini zetten de aanval in en sloten aan bij de twee koplopers. “Ik voelde me aanvankelijk goed, maar naarmate de streep dichterbij kwam, werd het telkens iets zwaarder. Na de aansluiting van Borghini en Van Dijk, ging het tempo omhoog en was het op. Ik riep door m’n oortje dat ik de drie moest laten gaan”, zegt Yara.
Alles op alles
De rensters van WM3 daarachter hadden al maatregelen genomen. In opdracht van Jeroen Blijlevens zetten Anna Plichta en Rotem Gafinovitz zich op kop. Zij probeerden de afstand met de kopgroep te verkleinen, wat lukte. “Ik keek rond in het peloton en zag dat veel rensters hadden geleden. Dus ik dacht: ik moet m’n kans maar eens wagen”, zegt Marianne Vos, die in de laatste tien kilometer alles op alles zette om naar de kop van de wedstrijd te rijden.
“Het was nog best een gat. Ook toen ik bergop zo’n vijftien seconden van de achterstand had afgereden, was het nog steeds ver. Eerst raapte ik Yara op. Daarna kreeg ik het trio in zicht en kwam ik er op twee kilometer van de streep bij. Ik was eigenlijk bang dat de groep erachter nog in gang zou schieten en alles weer samen zou komen, dus nam ik over. Ik voelde dat ik kans zou hebben als we weg zouden blijven. In de sprint heb ik het slim gespeeld. Ik ging volgens mij van kop af aan, de rest moest door de wind langs me op.”
Eén blok
Na de streep waren er louter lovende woorden voor de gehele ploeg. “Dit is iets waarop we moeten voortborduren. We hebben in het peloton niet de grootste ploeg met de meeste kwaliteiten. Maar je ziet het: als je er samen staat en één blok vormt, kan er iets heel moois uit voortkomen”, aldus Jeroen Blijlevens.

